Waterschap Rijn en IJssel
introtekst
Subtitel
Nog meer tekst
Meer weten over wat het waterschap doet?
Bezoek de website van Vallei en VeluweVisactiviteit door de Visliften in 2025 1958596
Vissoorten in de Visliften in 2025 43
Drie videos staan boven
introtekst
Nog meer tekst
Meer weten over wat het waterschap doet?
Bezoek de website van Vallei en Veluwe
De aal, ook wel paling genoemd, is een langgerekte trekvis die opgroeit in zoetwater en zich voortplant in zee. De soort heeft een opvallende levenscyclus waarbij de larven via zeestromingen naar kustgebieden migreren om zich daar te ontwikkelen tot glasaal. Vervolgens trekken ze via rivieren en meren landinwaarts en kunnen ze tientallen jaren oud worden. De aal wordt bedreigd door oorzaken als watervervuiling, visserij en de aanleg van kunstwerken die migratie belemmeren. Gelukkig zijn er maatregelen zoals het uitzetten van jonge aal en het beperken van visserij om de soort te beschermen. Op de internationale IUCN Rode Lijst heeft de aal de status ‘ernstig bedreigd’.
De driedoornige stekelbaars (Gasterosteus aculeatus) is een kleine vissoort die tot 11 cm lang kan worden. Hij komt veel voor in Europa. Sommige groepen trekken, sommige niet. Kenmerkend zijn de drie stekels op de rug en het aan de zijkant afgeplatte lichaam met zilveren flanken. Tijdens de paaitijd bouwt het mannetje een buisvormig nest. Hij lokt het vrouwtje met baltsgedrag, waarna hij de eieren bewaakt. Het mannetje krijgt daarbij een felrode kleur. De stekelbaars plant zich voort van maart tot juni. In zee levende stekelbaarzen trekken naar zoet water voor de voortplanting. De driedoornige stekelbaars leeft in diverse wateren, van zoetwatersloten en beken tot zee en estuaria. Dat zijn verbrede mondingen van rivieren. Hij voedt zich met dierlijk plankton en kleine waterdiertjes.
De bittervoorn (Rhodeus amarus) is een kleine karperachtige vis met een zijdelings afgeplat lichaam, zilverkleurige flanken en een blauwgroene lengtestreep, die maximaal ongeveer 9 centimeter lang wordt. Tijdens de paaitijd krijgen mannetjes opvallende kleuren, terwijl vrouwtjes een legbuis ontwikkelen om eitjes in zoetwatermosselen af te zetten, waar de jonge visjes vervolgens opgroeien. De soort leeft vooral in stilstaand of langzaam stromend water met veel waterplanten, zoals sloten, vaarten, plassen en rivierarmen. Het verspreidingsgebied loopt van Nederland tot aan de Kaspische Zee, met in Nederland de grootste aanwezigheid in het westen en langs de grote rivieren. De bittervoorn is gevoelig voor watervervuiling en het verdwijnen van waterplanten en zoetwatermosselen door intensief onderhoud van watergangen. Daarom is de soort in Europa en Nederland beschermd binnen verschillende natuurregelgevingen.